Onevenwichtig evenwicht of evenwichtig onevenwicht

12 februari 2021 door Willem Reijn, beleidsadviseur pensioen

Als gezamenlijke ouderenorganisaties hebben we vandaag een persbericht uitgedaan over de vorming van een onafhankelijke, breed samengestelde commissie die moet bekijken wat evenwicht is.

Evenwicht, je kunt er moeilijk op tegen zijn. Het fijne van het begrip is dat het ook heel verstandig, wijs en afgewogen klinkt. In de talloze overleggen met minister Koolmees, zijn ambtenaren, vertegenwoordigers van vakbonden en werkgevers gebruikt iedereen het woord evenwicht. Je zou zeggen: we zijn het roerend eens!

Jammer alleen dat iedereen iets anders met evenwicht blijkt te bedoelen. Zo erg dat het woord pijn aan mijn oren, of in ieder geval aan mijn hersenen begon te doen. Het woord evenwicht zorgt voor een Babylonische spraakverwarring, terwijl we toch allemaal een soort Nederlands spraken.

Waar gaat het om? Een voorbeeld.

Omdat het pensioen betreft, gaan we meteen even moeilijk doen. Werknemers betalen een hele hoge premie voor hun pensioenopbouw. Ik laat hier buiten beschouwing dat werkgevers meebetalen aan die premie, want uiteindelijk komt de premie uit de loonruimte. Bij mijn pensioenfonds betalen we 25,5 procent van het (pensioengevend) salaris voor ons pensioen. Dat is heel veel geld en volgens mij ligt hier ergens de grens aan wat werknemers bereid zijn aan koopkracht nu op te geven voor koopkracht straks.

Voor die premie koop je als werknemer pensioenrechten in, bij mijn pensioenfonds 1,75 procent van dat salaris. Het fonds heeft berekend dat de inleg jaarlijks 2,2 procent reëel rendement maakt. Dat wil zeggen: na aftrek van geschatte inflatie. Het fonds moet daarvoor zo’n 4 procent bruto rendement maken.

Verlies

Die pensioenverplichting zet het pensioenfonds op de balans. Dan weet het pensioenfonds hoeveel pensioen het fonds over een jaar, over een decennium of over een halve eeuw moet uitkeren. En daar gaat het mis. De Nederlandsche Bank schrijft voor dat die verplichting niet tegen 2,2 procent wordt bijgeschreven, maar tegen de marktrente. En die is momenteel 0,2 procent. Dus op elke inleg van premie maakt het fonds fors verlies.

Dat is best een jaartje te doen, maar hoe langer deze situatie voortduurt, hoe meer dat verlies oploopt. In het nieuwe stelsel doet deze zogeheten ‘premiedekkingsgraad’ er niet meer toe, want dan gaat de premie gewoon in je eigen pot. Maar tot die tijd kost de premie een procent of 6 aan dekkingsgraad – en er staat al een fors verlies in de boeken.

Evenwicht

Dus zegt de minister: dat is niet erg, want gepensioneerden krijgen 100 procent uitbetaald, waar de dekkingsgraad 90 procent is. Dus werknemers krijgen wat, ouderen krijgen iets, hopla: we hebben evenwicht!

Alleen: de verhouding tussen het effect van de premie versus de uitkering van pensioen is ergens tussen de 3 en 6 staat tot 1. Dat is wel een heel raar evenwicht.

Oplossing

Wij hebben als ANBO wel een oplossing: gebruik voor premie en verplichting dezelfde basis. Dat is niet de rente, maar een heel voorzichtig geschat rendement. Eureka: het probleem verdwijnt als sneeuw voor de zon.

Maar dat mag niet van minister Koolmees en De Nederlandsche Bank. Wat de ouderen willen is niet evenwichtig! Dat gaat ten koste van de jongeren!

En wij constateren dat gepensioneerden de komende jaren de waarde van hun pensioen nog eens met tien procent zullen zien dalen door niet gecompenseerde inflatie – en er staat al twintig procent op de lat. Dat is nog onverlet mogelijke kortingen vanwege de invloed van de premie en de nog strengere renteregels van De Nederlandsche Bank.

Dat vinden wij niet zo evenwichtig. Dat vinden wij onevenwichtig.

Ik ben blij de vakbeweging vandaag in De Telegraaf hebben aangegeven dat het de komende jaren zo niet verder kan en dat gepensioneerden de klos zijn. Het was alsof ik de ANBO-bijdrage aan het rondetafelgesprek in de Tweede Kamer zat te lezen. Ook ABP heeft zich stevig uitgelaten.

Kortom: het is tijd dat we eens objectief gaan bekijken wat evenwicht nu eigenlijk is, om te voorkomen dat oud en jong weer tegen elkaar worden opgezet. En nu stellen wij nu een onafhankelijke, breed samenstelde commissie voor, volgens de beste Hollandse traditie. Dat kan niet mis dus.