Mantelzorger José Kneepkens

Veel ANBO-leden zijn mantelzorger voor iemand. Mantelzorg verlenen is een mooie, maar ook pittige taak. Dat ervoer ook José Kneepkens die we vroegen terug te blikken op die periode. “Zelf rust nemen vond ik wel heel lastig.”

De man van José Kneepkens overleed na een ziekbed van twee-en-half jaar aan slokdarmkanker. De ziekte had een enorme impact op hun leven, vertelt Kneepkens: “Wij konden samen erg genieten van lekker eten en drinken. Elke middag om vijf uur schonk mijn man voor mij een glaasje wijn in en nam hij zelf een Trappist. Toen hij niet meer goed kon eten, maakte ik elke dag soep voor hem. Op aanraden van de diëtist altijd met heel veel room. Hij zat op een calorierijk dieet en ik moest caloriearm eten. Dat werkte natuurlijk niet. Op een gegeven moment kon hij alleen nog maar sondevoeding verdragen. Ik ben toen gestopt met koken, want ik wilde niet dat het hele huis zou ruiken naar wat ik klaarmaakte. Sindsdien bestel ik al mijn maaltijden kant-en-klaar, dat bevalt goed. Maar heel eerlijk: eten is nog steeds een dingetje.”

“Hij is ontzettend dapper geweest en ik heb hem nooit horen klagen. Mijn dochters hebben in die periode veel geholpen. Ze gingen regelmatig met hem naar het ziekenhuis. Daarnaast kregen we hulp van de thuiszorg. Ik kan gelukkig goed om hulp vragen, ik heb veel geregeld en met mijn man kunnen bespreken. Ik vroeg ook vaak vrienden om even langs te komen. Zelf rust nemen vond ik wel heel lastig. Ik ging weleens weg, maar daar voelde ik me helemaal niet goed bij. Ik was ook gewoon heel graag bij hem. Ik heb met veel liefde voor hem gezorgd, en soms was dat te veel. Nu denk ik: kon ik het maar weer doen.”