Tja, die AOW-leeftijd

Door Willem Reijn, beleidsadviseur pensioen

Wat is nou redelijk met die AOW-leeftijd? Ik ben bang dat met het verstrijken van de tijd de tegenstellingen steeds groter worden. Ik lees dat sommige groepen de leeftijd terug willen naar 65 jaar en anderen willen dat die ‘in beton gegoten’ op 66 blijft. Minister Wouter Koolmees roept namens het kabinet en de coalitie dat dat onbetaalbaar is, althans dat de werkenden dan teveel moeten betalen. Slim, als je zegt dat de overheid het betaalt is iedereen ‘voor’ maar als je de rekening rechtstreeks op iemands bordje legt, is de kans groot dat ie ‘neen!’ roept.

Te duur

Ik heb zelfs een gepensioneerdenorganisatie horen beargumenteren dat het handhaven op 66 te duur is voor pensioenfondsen. Dat zou ten koste gaan van gepensioneerden, omdat die minder snel indexatie zouden ontvangen. Ik viel even van mijn stoel van zo'n gebrek aan solidariteit: veel huidige gepensioneerden hebben een vut-regeling gehad, kregen daarna een eindloonregeling en zijn vervolgens veel ouder geworden dan ooit voor betaald – en nu anderen 'slechts' tot 66 (en inmiddels 4 maanden) moeten doorwerken, is het plots slecht voor het pensioenfonds. Nou, nou.

Extra levensjaar is een extra werkjaar

In het nooit bereikte akkoord zou de leeftijd langzamer stijgen, naar 67 in 2024 (Den Haag had er weer een jaartje afgepingeld). En daarna? Daarna was het raden, want het kabinet zou een studierapport aanvragen naar de zogeheten '1-op-1-koppeling', dat wil zeggen dat nu elk extra levensjaar een extra werkjaar betekent. Die studie was niet bepaald de harde toezegging die de vakbonden nodig hadden. Zij weten maar al te goed dat de politiek vroegere beloften voor de zware beroepen niet inloste. En dat terwijl er bijvoorbeeld van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut al een uitgewerkt rapport ligt, waarbij de 1-op-1-koppeling wordt vervangen door het handhaven van de bestaande verhouding tussen werken en AOW-jaren. Dat komt neer op acht maanden langer werken bij een gewonnen levensjaar.

Feit is: we worden steeds ouder. En daar moet je iets mee. Ik heb even het plaatje van het CBS voor u opgezocht. En meld meteen maar: dit is eigenlijk gewoon goed nieuws. Maar het kost wel erg veel geld – en we willen ook betere zorg en onderwijs, een beetje onderhoud aan de wegen en leuke dingen voor de mensen.

Nieuwe oplossingen bedenken

Nu zou je het best aardig kunnen oplossen. De AOW-leeftijd is dit jaar al 66 jaar en 4 maanden. Dat is nauwelijks terug te draaien, want wat doe je met de mensen die nu tot die tijd werken? Stel: je zet de AOW-leeftijd van 67 in 2025 en rekent vervolgens per jaar 2 maanden terug. Dan blijft de huidige AOW-leeftijd geldig tot en met 2021 op 66 jaar en 4 maanden om vervolgens per jaar met twee maanden te stijgen. Na 2025 neem je de NIDI-norm. Dit alles onder het voorbehoud dat we niet met een medische doorbraak opeens allemaal 100 worden. Of dat een nieuwe epidemie een slachting onder de bevolking aanricht.

Regeling per sector

Ik weet het. Dat is geen 65 of 66 jaar – wat mij persoonlijk overigens ook beter zou uitkomen. En het is geen oplossing voor de zware beroepen. Maar die help je ook niet met een paar maanden eerder of later met pensioen. Laten ze daar maar mooie regelingen voor verzinnen in de sectoren – wat iets anders is dan een algemene vut-regeling. Het goede is dat de sector zelf voor de kosten opdraait en niet de hele bevolking. De minister moet wel gewoon de stopboete ('rvu-boete') schrappen. De minister kan altijd ingrijpen door een CAO niet verbindend te verklaren als daar opeens de jaren negentig lijken terug te keren.

Het was vandaag fantastisch mooi weer dus dan kun je de zon wel in het water zien schijnen. Enig probleem is nog dat partijen zich inmiddels zo vast zetten, dat ze wel moeten terugkeren op hun schreden. Dat is een nadeel van al te ferme standpunten – maar het is wel nodig.