Probleemloze flexibele keuzevrijheid

26 maart 2021 door Willem Reijn, beleidsadviseur pensioen

Ik schrok even van de kop in het vakblad PensioenPro: “Flexibele AOW-leeftijd kan rekenen op Kamermeerderheid”.

Ik dacht dat we daar al lang klaar mee waren. Mijn lichte irritatie zit in de populariteit van de woorden ‘flexibel’ en ‘keuzevrijheid’. Ze zouden zo uit een heruitgave van de boekjes ‘Modernismen’,  ‘Meer/Meest Modernismen’ van Kees van Kooten kunnen komen. Voor mij zijn het jeukwoorden. Als je niet flexibel bent, ben je vastgeroest en onbruikbaar. Dat geldt althans voor oudere werknemers. Als je jong bent en inflexibel heb je vermoedelijk een aandoening in het autistisch spectrum en krijg je een rugzak met begeleiding omgehangen.

U begrijpt: ik ben zo flexibel, geestelijk en principieel lenig als Mark Rutte, want ik verdom het in een verdomhoekje te gaan staan.

Keuzevrijheid

Over keuzevrijheid is een mooi rapport verschenen van hoogleraar Kène Henkens van het NIDI. Je kunt niet tegen keuzevrijheid zijn in een liberale maatschappij waarin elk individu recht heeft op zijn eigen keuzes, zo schreef hij. Dus als het over pensioen gaat en vraagt of iemand keuzevrijheid wil, zal het antwoord ‘ja’ zijn. Maar als je vraagt of het pensioenfonds verder zonder gezeur voor zijn pensioen moet zorgen, is het antwoord ook ja. Keuzevrijheid is toch vooral keuzestress, zodra de vraag het niveau pindakaas met of zonder stukjes ontstijgt.

Nu ging het dus weer over de AOW en daar hebben we ook binnen ANBO nog eens een discussie gehad. Want hip en flexibel en keuzevrijheid. Gelukkig verscheen er een rapport van de Stichting Economisch Onderzoek (SEO) van de Universiteit van Amsterdam. Gedegen, want niet alleen analytisch onderbouwd maar ook nog eens met input van de doelgroep: wat zou u doen?

Eerder met pensioen

Het SEO ging er – een beetje optimistisch, dat wel – van uit dat je met eerdere pensionering niet onder de sociale grens zou mogen komen. Zouden mensen eerder met pensioen kunnen? In de huidige situatie, dus zonder flexibele AOW en het naar voren halen van de uitkering van het pensioenfonds is er best al wat mogelijk. De cijfers: 83 procent kan minimaal een jaar eerder met pensioen, 6 procent minder dan een jaar en 11 procent kan helemaal niet eerder. Maar de helft van de laatste groep kan vier maanden eerder als de AOW flexibel wordt. Dus voor zo’n 5 procent kan de flexibele AOW helpen.

Toen maar eens aan de mensen gevraagd, wat die willen. SEO: “Uit een enquête onder werkenden blijkt dat een flexibele AOW geen invloed heeft op de feitelijke keuze van de pensioenleeftijd. Daardoor heeft de flexibele AOW geen baten (in de vorm van meer vrije tijd door eerder uittreden). Er zijn wel kosten aan verbonden. Deze kosten bestaan vooral uit uitvoeringskosten voor de SVB en pensioenuitvoerders en advieskosten voor burgers.”

We waren het er intern al snel over eens: goede oplossing, maar we konden er nog geen passend probleem bij verzinnen. Bovendien: het sociaal minimum is nou ook niet echt een lolletje. En dan hebben we het nog niet over het toeslagencircus. 

Flexibele AOW

Bij nadere beschouwing viel het ook wel mee met die flexibele AOW van PensioenPro: tien partijen pleiten ervoor dat mensen langer mogen doorwerken. Zo kennen we onze Pappenheimers weer. Het brood in het zweet des gerimpelde aanschijns verdienen! Je krijgt wel een iets hogere AOW (ca 7 procent per extra jaar) en de werkgever mag je niet zo maar de deur wijzen. Hier hebben we als ANBO weinig op tegen, zolang vrijwilligheid centraal staat. Maar het is wel grappig. Het gaat natuurlijk om keuzevrijheid, het gaat om een flexibele AOW en het staat heel hip om dit te roepen. Het is een goedkope oproep, want het kost de staat geen cent, terwijl je wel goede sier kunt maken. Het zou wel nuttig zijn er nog een probleem bij te zoeken.

Probleem zonder oplossing

Nou heb ik nog wel een probleem zonder oplossing in de aanbieding.  Er moet nog een fatsoenlijke oplossing moet komen voor mensen met zware beroepen, voor wie de stijgende AOW-leeftijd een probleem is. Weliswaar is er iets meer mogelijk – op zich positief, maar de regels zijn zo streng dat het erg moeilijk is om van een soort individuele vut-regeling gebruik te maken. De vakbonden klagen er met recht over. Typisch zo’n bureaucratische regeling, waarbij even is vergeten dat mensen beleg op hun brood nodig hebben. Iemand een oplossing?