Oops, I did it again!

Door Willem Reijn, beleidsadviseur pensioen

Het verhaal wil dat minister Wouter Koolmees het woord rekenrente niet meer kon horen. Op het ministerie liep ik als John Cleese rond met de gedachte “Don’t mention the war!”  Na het H-woord van tien jaar terug (de gevoelige hypotheekrenteaftrek), hebben we nu het R-woord.

Maar natuurlijk versprak ik me, net als Cleese, nog wel eens. Want het is mijn oprechte overtuiging dat een andere, adequate en voorzichtige rekenrente niet alleen gewenst is, maar ook noodzakelijk. Koolmees heeft in één ding wel gelijk: we kunnen elkaars standpunten inmiddels dromen, maar geen van beide partijen heeft zich laten overtuigen. En het slot van het liedje is dat de minister gesteund door De Nederlandsche Bank (of andersom) bij de huidige marktrente zweert. En het dus voor het vertellen heeft, want ook de PvdA heeft er geen breekpunt van durven maken toen de minister oppositionele steun zocht.

Miskent

Eerder schreef ik op deze plaats al over de rekenrente. En misschien verval ik in herhalingen. Maar nu er een principeakkoord ligt, moet ik er toch nog een keer aan.

De minister vindt dat bij een hele lage rente makkelijk overrendementen (rendement minus de marktrente) kunnen worden gehaald. Die winst kun je uitdelen in het nieuwe systeem. Hij heeft daar groot gelijk in.

En in die redenering is een rente van bijvoorbeeld 2,5 procent in plaats van de huidige 1,1 procent moeilijker te verslaan. Het pensioen wordt er onzekerder van en de kans op indexatie minder. Ook juist.

Maar het miskent een beetje de hele opzet van ons pensioen en een visie op wat pensioen betekent voor de oude dag.

Bijl

Eerst die opzet. Het nieuwe contract is minder zeker. Minder zeker. Dan mag je dus een andere rente gebruiken – maar de minister vindt het schrappen van de buffers al onzeker genoeg.

De meeste mensen zijn verplicht om deel te nemen aan ons pensioenstelsel. Terecht, dat is een groot goed. En wat zeggen wij tegen die mensen nu: u moet premie inleggen en we gaan uit van een levenslange rente van 1,1 procent. Ik geef toe: dat is meer dan de rente van 0,02 procent op een spaarrekening.

Maar het is nauwelijks een vergoeding  die mensen overtuigt dat het goed is huidig inkomen uit te stellen tot veel later. Ik vrees dat de premie op basis van die 1,1 procent flink moet stijgen, want nu wordt gerekend met 2,7 procent. Als pensioen onbetaalbaar wordt, haken mensen af. En is de bijl aan het beste pensioenstelsel ter wereld gelegd.

Oud naar jong

Overigens: het was de overheid zelf die die 2,7 procent (scheelt per fonds) wilde hanteren. Anders had de overheid de afgelopen jaren vele miljarden meer pensioenpremie moeten betalen. De inzichten van de staat worden nogal bepaald door de gedragen pet.

De minister heeft gelijk als hij het heeft over overdrachten tussen generaties. Immers: de rente bepaalt hoeveel geld er voor elke generatie moet worden gereserveerd. En met een hogere rente hoeft er minder te worden gereserveerd voor relatief jongere werknemers. De overdrachten waren door de dalende rente er al en gingen van oud naar jong. Maar ons systeem is niet gebaseerd op de staatsrentes die minister Wobke Hoekstra betaalt of nu zelfs ontvangt, maar op de rendementen van de fondsen.

Gezond inzicht

Want waarom zou je premiegeld in een pensioenfonds steken als je met 1,1 procent nog niet de helft van de huidige inflatie terugkrijgt? Je geld wordt in die theorie elk jaar minder waard! Ja, met een kans op rendement. Maar gebruik dat dan als maatstaf.

Hogere goden zoals prof. Jean Frijns en ABN AMRO-hoofdeconoom Han de Jongh hebben erop gewezen dat het huidige stelsel bij de huidige rentes maar beter even uitgeschakeld kan worden. Even on hold. Met de argumenten hierboven kun  je dan beter voorlopig over schakelen op een omslagsysteem. Dat wil zeggen: de binnenkomende premies uitgeven aan uitkeringen, met de € 1.433 miljard in de potten als aanvulling voor eventuele tekorten en indexatie. Dat gaat niet gebeuren, maar het getuigt wel van gezond inzicht.

Britney Spears

Als laatste: een visie op de oude dag. Underpromise, overdeliver, noemt de minister zijn systeem. We beloven met de marktrente weinig, maar we leveren door de rendementen meer. Meevallers zijn fijn, tegenvallers heel vervelend, wil hij maar zeggen.

Maar het leven van een pensionado, zo is in onderzoek nog maar eens bevestigd, begint heel actief met een hoger uitgavepatroon dan op latere leeftijd, zo tegen de 80 jaar. Je kunt dus beter in het begin een hoger pensioen hebben, dat dan misschien niet helemaal de inflatie volgt. Dat past beter bij het leven, waarvoor het pensioen bedoeld is.

Maar ik denk dat de minister en ik het wel weer eens kunnen zijn over een andere these: overpromise, underdeliver. Neen dat is geen goed idee. Toch blijf ik voorlopig maar John Cleese: “Don’t mention the interest-word”. Om Britney Spears te citeren: “Oops, I did it again.”