Hoera, we gaan indexeren!

Door Willem Reijn, beleidsadviseur pensioen

Stel, gewoon omdat het zo lekker dromen is – stel, er komt een pensioenakkoord. En dat pensioenakkoord biedt meer perspectief op indexeren. Indexeren: het aanpassen van de pensioenuitkering (en aanspraken voor werkenden) aan de inflatie. Hoe zou dat dan werken?

Allereerst hebben we dan al de vraag: aan welke inflatie wordt het pensioen aangepast? Een tijdje terug moesten de pensioenen omhoog met de loonstijgingen. Een welvaartvast pensioen, dat was het streven. Dat is een lovenswaardig en nobel streven.

Stuk lager

Voor gepensioneerden betekent een welvaartsvast pensioen dat zij meedelen in de economische vooruitgang. Voor werkenden was het wellicht nog belangrijker: nu zij geen eindloonregeling meer hebben, zouden ze een lager 'vervangingsinkomen' hebben als de pensioenen niet meestijgen met de lonen. Ofwel: het pensioen zou ten opzichte van het laatst verdiende loon een stuk lager worden.

Kleine vooronderstelling: de lonen stijgen sneller dan de prijsinflatie. Zeker tijdens de crisis was dat niet het geval, maar ook deze week meldde het Financieele Dagblad dat de loonstijgingen de inflatie niet kunnen bijhouden.

Waardevast pensioen

Nu zijn al heel wat fondsen overgestapt op indexatie op basis van prijsinflatie. Dat heet een waardevast pensioen. Eigenlijk is dat in principe dus niet zo gunstig. Zeker niet voor de werkenden. Als dat een goed idee zou zijn, ga je er blijkbaar van uit dat de lonen de prijzen niet bijhouden. Meer staken!, zou ik zeggen.

Nou maakt het, althans voor tweederde van de bevolking, allemaal weinig uit. ABP, Zorg en Welzijn en de metaalfondsen PME en PMT indexeren al tien jaar niet meer. En de komende jaren zit er met de huidige regels ook niets in het vat. Oké, er zit zelfs volgens De Nederlandsche Bank 1433 miljard euro in de potten, maar er moet honderd procent zeker geld overblijven voor de nog niet geboren jongeren die straks gedwongen deelnemen aan het pensioenstelsel. Althans, dat beweren ze. Eerst nog even een slordige 300 miljard euro aan buffers bijsparen, om die zekerheid te kunnen bieden, schrijven de regels voor.

Indexeren

Een nieuw stelsel zou daaraan kunnen helpen. In dat nieuwe systeem hoeven we geen buffers op te bouwen, dus als de beurs een beetje meezit mogen we gaan uitdelen. De gepensioneerden krijgen geld, de actieve deelnemers rechten.

Nemen we de inflatie van twee procent. Dan krijgen we – hopen we – er twee procent bij. Hoera, we gaan indexeren! Nou, niet te snel juichen. De opstellers van het vorige bijna-akkoord hadden bedacht dat het goed is om verhogingen en kortingen over tien jaar uit te smeren. Dat zorgt voor een stabieler inkomen.

Nog geen pilsje

Dan reken ik snel uit: het gemiddelde pensioen (dus zonder AOW) bedraagt in Nederland circa 1.000 euro per maand. Twee procent is dus 20 euro. Maar dan gedeeld door tien en dan kom ik op twee euro per maand. Als Brabander vertaal ik dat naar nog geen pilsje per maand! Ik zou pensioenfondsen willen aanraden om die twee euro in vier muntstukken van 50 cent in een enveloppe op te sturen. Dan lijkt het nog wat!

Maar goed, dat geldt voor de komende tien jaar. Dus na tien jaar, zeg maar in 2030, heb je wel degelijk een briefje van twintig te pakken. Dan toch maar even naar het echte leven. Een gepensioneerde is gemiddeld zo'n 75 jaar oud. Over tien jaar is die mevrouw of meneer 85 jaar, voordat de inflatie van 2020 is goedgemaakt. Zoals ik al zei: niet te vroeg juichen dus.