En nu de semantiek: wat betekent onnodig?

Door Willem Reijn, Adviseur Belangenbehartiging Inkomen

Met de dreigende kortingen op pensioenen van miljoenen Nederlanders, kun je niet zeggen dat er te weinig aandacht is voor het onderwerp pensioen. In de commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de algemene politieke beschouwingen in de Tweede Kamer, in hoorzittingen en gewoon beraad van de commissie Financiën: pensioen staat centraal. De conclusie na al die uren beraadslagingen: Kamerbreed is de politiek tegen de kortingen. Beter geformuleerd: tegen onnodige kortingen.

Tot dusver de consensus.

Want daarna bleek dat niemand precies wist wat ze samen bedoelden. Voorlopig ligt de uitleg van het woord onnodig op het bordje van minister Wouter Koolmees. Die heeft natuurlijk meteen in de Van Dale het woordje even opgezocht. ‘Niet nodig, zonder noodzaak’. Met de groeten van de dikke.

Huidige wet 

Volgens de huidige wet is het allemaal niet zo moeilijk. Je moet korten als je langer dan vijf jaar een dekkingsgraad hebt onder de 104,5 procent. De wet zegt ook dat je moet korten als je niet binnen tien jaar naar een dekkingsgraad van 125 procent gaat. Dat is allemaal aan de orde, zij het in verschillende mate en in een beetje andere tijdslijnen. Maar de wet is duidelijk – of die nu redelijk is of niet.

Een ander pensioenstelsel

Maar er ligt een pensioenakkoord: we gaan naar een ander pensioenstelsel. Daarin hoef je geen kleine (104,5 procent) of grote buffer (125 procent) meer te hebben. Als overgang is tussen minister en sociale partners al afgesproken dat de kleine buffer niet meer nodig is. Dus korten tot 100 procent en niet daarboven. De kou was in juni uit de lucht want alle grote fondsen zaten (net) boven de 100 procent.

Met de oplopende temperaturen daalde de marktrente echter onder het vriespunt. En de dekkingsgraden zakten in als een ijstaart in de hete zon. De schrik sloeg de minister, de sociale partners, de pensioenfondsen en vooral de gepensioneerden om het hart. We zouden meer kans krijgen op indexatie, maar het wordt zo een negatieve indexatie. Korten dus. En ja, korten zou net als verhogen makkelijker worden maar dit is natuurlijk geen begin.

Buffer

Tegelijkertijd: als korten noodzakelijk is, bijvoorbeeld om komende generaties ook een fatsoenlijk pensioen te bieden, dan moet het maar. Maar als kortingen onnodig zijn, dan liever niet. De eerste korting was dus van tafel (die naar 104,5 procent) maar werd vervangen door een andere, mildere korting (tot 100 procent).

En we kregen een hogere kortingsgrens voor het herstel naar de grote buffer (van 125 procent), want grote fondsen moeten al onder de 94 procent gaan korten in plaats van onder 89 procent. Daarmee stond bijna heel pensioenland onder water. Geen oceanoloog te bekennen die dit voorzag. Maar hier lijkt nog een reddingsboei te worden uitgeworpen: er hoeft straks geen buffer te zijn, dus korten om daarnaar toe te kunnen is overbodig. De D66-minister heeft het nog niet bevestigd, maar hij was vol begrip voor dit voorstel van partijgenoot Van Weyenberg.

Negatieve marktrente

Maar ja, blijft staan dat iedereen moet korten tot 100 procent, of het nu in 2020 of 2021 is. En is dat dan nodig? Er is natuurlijk maar één manier om er onderuit te komen: de krankzinnige, negatieve marktrente schrappen en vervangen door een voorzichtige nette rekenrente. Eén procent hogere rente is 14 procent meer dekkingsgraad en dat doet het schip drijven. En laat dat net de invloed zijn van het beleid van de Europese Centrale Bank op de marktrente. Redelijk zou overigens zijn 2 tot 2,5 procent. Dat is het (omgerekende) rendement volgens de commissie Dijsselbloem.

Reddingsactie

Het mag voorlopig niet. Klaas Knot zette deze week de aanval in op de pensioenen – hijzelf vond het meer een reddingsactie. Vermoedelijk volgens het principe van de Dodenrit van Drs. P., want de koopkracht van de gepensioneerden werd zonder scrupules over boord gegooid. Eerder hadden Koolmees en premier Rutte de oplossing van de rekenrente al te gemakkelijk over de rand gekieperd.

Maar vakbonden, oppositie en ouderenorganisaties vinden kortingen oneerlijk. Zonder een behoorlijke oplossing lijkt het pensioenakkoord ook uit de slede te worden gedonderd. Niet dat we daarmee Omsk wel bereiken maar het was volgens de koetsier toch echt nodig.

Pikant: op 17 maart 2021 volgen verkiezingen. Den Haag voelt de druk. Nu nog even het woord onnodig de gewenste lading geven. Omsk blijft ondertussen onverminderd ver weg.