Een rendement van niks

24 januari 2020 door WILLEM REIJN, BELEIDSADVISEUR PENSIOEN

De grote pensioenfondsen kwamen deze week met de cijfers over december. Ofwel een beetje de jaarafsluiting van 2019. Daar kunnen we van alles en nog wat van vinden.

De fondsen hebben natuurlijk hun successen over 2019 gemeld. Ik heb de rendementen even voor u op een rijtje gezet:

  • ABP = 16,8 procent
  • Zorg en Welzijn = 18,8 procent
  • Bouw = 17,6 procent
  • PMT = 18,1 procent
  • PME = 18,1 procent

Voorwaar een stuk meer dan de vergoeding die de bank doneert voor onze spaargelden. Is het u ook wel eens opgevallen dat banken de spaarrentes bij aankondigingen van wijzigingen altijd ofwel verhogen ofwel aanpassen? Met aanpassen bedoelen ze verlagen, maar dat klinkt nogal rottig. Verhogen is fijn en aanpassen doet minder pijn vermoeden. En fin, dat terzijde.

Superdividend

Nu zeggen percentages ook niet alles. Het spreekt misschien meer tot de verbeelding om de winst gewoon in euri uit te drukken. Het ABP had eind 2018 € 399 miljard in kas. Gezellig spelen op de beurs en zie: nu zit er € 465 miljard in de pot. Bij een beetje bedrijf zou je zeggen: tijd voor een superdividend!

Maar zo werkt het niet helemaal in de pensioenwereld. Want tegenover de beleggingen staan de verplichtingen. Hoeveel moet ABP vanaf nu tot over tachtig jaar aan de deelnemers uitkeren? Die verplichtingen spoten omhoog. Eind 2018 lagen die nog op € 411 miljard, in de rampmaand augustus noteerde het ABP een record van € 504 miljard en eind van het jaar € 476 miljard.

De dekkingsgraad

En zo lag de dekkingsgraad (de verhouding tussen beleggingen en verplichtingen) eind 2018 op 97,1 procent en eind 2019 op 97,8 procent. Kortom: alle drie miljoen ambtenaren, politieagenten, onderwijzers en soldaten verzamelden ijverig binnen een jaar € 66 miljard aan pensioen en gingen er per saldo niet op vooruit. Niks geen superdividend!

Gaan we nog even verder. De deelnemers in het ABP zouden het fijn vinden als hun pensioen zou worden verhoogd. Ten minste om de prijsverhogingen in de supermarkt bij te houden, want anders wordt je pensioen immers elk jaar minder waard. Sterker: dat is de laatste tien jaar al twintig procent uitgehold.

Volledig indexeren

Daarvoor hadden de beleggers van ABP het gaspedaal nog wat harder moeten intrappen. Want om volledig te mogen indexeren moet het ABP een dekkingsgraad hebben van 128 procent en dat is over de duim omgerekend € 609 miljard. Uhm ja, da’s heel veel geld. Die 16,8 procent lijkt wel veel, maar om de deelnemers echt gelukkig te maken had het ABP een rendement van € 210 miljard ofwel 52,6 procent moeten scoren. Een tamelijk onmogelijke missie.

2019 was beleggingstechnisch een prima jaar. De rekenrente gooide roet in het eten, want die rekenrente bepaalt de hoogte van de verplichtingen. Augustus werd een rampmaand omdat de rente daalde tot 0,3 procent. De hogere dekkingsgraad aan het eind van het jaar was puur het gevolg van stijging van de rekenrente naar 0,8 procent.

Hoge rendementen

We moeten de hoge rendementen ook een beetje relativeren. Die kwamen deels juist door de lage rentestand: obligaties stijgen bij een dalende rente en aandelen stijgen door de dalende rente omdat beleggers bij hun zoektocht naar rendement wat meer risico nemen.

Een stijgende rente zorgt voor het omgekeerde effect en dat zagen we in het vierde kwartaal. ABP haalde in de laatste drie maanden een winstje van 0,9 procent en Zorg en Welzijn bleef op de spaarrente van de ABN Amro hangen: 0 (nul) procent.

Aanpassen van uw pensioen

Het erge is: met de huidige regels moeten vier van de vijf grote fondsen in 2021 korten als de dekkingsgraad niet verbetert (alleen Bouw niet). Of zoals de bank zou zeggen: we passen uw pensioen aan. We verdrinken in het geld, maar we schieten er niet mee op. Een prachtig rendement is zo een rendement van niks. Dus opschieten met de uitwerking van het pensioenakkoord!