De druk richting de eigen pensioenpotjes

Door Willem Reijn, beleidsadviseur pensioen

Het 'nieuwe contract' voor de pensioenen is niet precies het ideaal van minister Wouter Koolmees. D66 is steeds voor een individuele benadering geweest. Toen de SER een eerste schets van een nieuw pensioenstelsel presenteerde aan de onderhandelaars voor het kabinet Rutte III konden de onderhandelaars dat meteen overnemen.

Individuele pensioenpotjes stonden tijdens de opbouw centraal. In het begin zou het geld met veel risico worden belegd (97,5 procent zakelijke waarden) omdat met een lange tijdshorizon eventuele tegenvallers nog goedgemaakt (kunnen) worden. Geleidelijk zou er minder risico worden genomen. Dat heet life cycle beleggen. Wel jammer: uit onderzoek blijkt dat jongeren in het algemeen helemaal niet op veel risico zitten te wachten. Maar die zouden blij zijn met hun eigen potje, dat zij steeds zouden zien groeien. Totdat een krach de feestvreugde verstoort, dat wel.

Rekentrente

Nog een mooi voordeel: met een eigen potje hoef je geen rekenrente te gebruiken. De rekenrente komt pas om de hoek in de volgende fase, als er echt naar een pensioen wordt gekeken. Tien jaar voor de pensioengerechtigde leeftijd worden die potjes namelijk in stukjes omgezet in een aanspraak op een pensioenuitkering.

De vakbonden zagen er niet veel in, waren bang dat dit de eerste stap is naar een afbreuk van ons gezamenlijke, solidaire stelsel en dat de potjes de opmaat waren om de hele pensioensector cadeau te doen aan de verzekeraars. Ze kregen enige steun van het Centraal Planbureau, dat berekende dat collectiviteit en solidariteit een welvaartswinst van een smakelijke acht procent zou opleveren.

Potjes

Het nieuwe contract dat nu is afgesproken is dus nog steeds een collectief, solidair stelsel. Maar niet het stelsel waarop liberaal Den Haag zat te wachten.

Het kabinet zette er daarom de 'verbeterde premieregeling' naast. Dat lijkt veel op de potjes en kan al drie jaar worden gebruikt door verzekeraars en ondernemingspensioenfondsen. Het komt nu beschikbaar voor de bedrijfstakpensioenfondsen.

Mokerslag

Het heet 'verbeterd' omdat er na pensioendatum met risico kan worden doorbelegd. Voorheen kon dat niet: de individuele pensioenpot moest worden omgezet in een levenslange vast uitkering op basis van marktrente. Dat was geen pretje toen de rente vanaf 2012 langzaam instortte. Waar pensioenfondsen over drie procent korting een stortvloed van verwijten over zich geen kregen, zagen gepensioneerden met de oude regeling een derde van het eerder voorgespiegelde pensioen als sneeuw voor de zon verdwijnen.

Vakbonden hebben een sterke voorkeur voor het collectieve en solidaire contract. Maar Koolmees heeft met de harde eis van de marktrente als basis het nieuwe contract effectief ondermijnd. De huidige rente is al dramatisch laag, met het advies van de commissie Dijsselbloem komt daar in 2021 nog eens een mokerslag bovenop (weten wij ook eens hoe de Grieken zich voelden).

Oude dag

Op deze grondslag is pensioen opbouwen helemaal niet aantrekkelijk. Maar gelukkig is daar het alternatief. Ja: de persoonlijke pensioenpotjes! Niks geen rekenrente meer. Althans, op papier niet. Want je zult toch ergens mee moeten rekenen om te weten wat voor een pensioen je straks mag verwachten. Want de wetenschap alleen dat op je 43e er € 55.000 in een potje zit, zegt natuurlijk niks. En het is geen spaarpot om uit te graaien.

Je moet nog steeds weten hoeveel premie je moet inleggen om redelijkerwijs naar een onbezorgde financiële oude dag te gaan. Bovendien is de vraag of Europa in dit systeem nog voldoende solidariteit ziet om de verplichtstelling te handhaven (welkom verzekeraars, leve de vrije markt).

Giftige cocktail

Maar dit wordt allemaal een beetje als gezeur gezien. Met de lage rekenrente, de commissie Dijsselbloem en – daar is 'ie weer – de alarmerende rooksignalen van Mario Draghi uit Sintra wordt de druk aardig opgevoerd. Het huidige stelsel en de huidige rekenrente zijn een giftige cocktail voor de koopkracht van ouderen. Een dwangmiddel, mag je zeggen.

Zo bezien is het pensioenakkoord zoals het er nu ligt, nog de makkelijkste stap geweest. De vakbonden zullen er hun handen vol aan hebben om er iets fatsoenlijks van te maken.