06 maart 2017

Wetsvoorstel Flexibele AOW verworpen

Het wetsvoorstel over Flexibele AOW van Norbert Klein (Vrijzinnige Partij) is verworpen door de Tweede Kamer. ANBO is voorstander van dit initiatief, want de maatschappelijke discussie en onrust die er heerst over de AOW-leeftijd laat zien hoe noodzakelijk het is dat er verandering op dit gebied komt. De Vrijzinnige Partij vindt op dit moment alleen de PvdA en D66 aan zijn kant. VVD, Groenlinks en SGP vinden dat mensen alleen langer mogen doorwerken. Partijen als 50Plus, SP en PVV willen de AOW-leeftijd weer terug gaat naar 65 jaar.

Prijskaartje

Directeur-bestuurder Liane den Haan: "We moeten heel realistisch en pragmatisch naar dit vraagstuk kijken. Terug naar 65 kan wel, maar daar hangt een prijskaartje aan. Voor de komende vier jaar heeft het Centraal Planbureau (CPB) berekent dat dit 4,3 miljard euro kost. Voor de lange termijn ruim 12 miljard. Dit geld moet ergens vandaan komen, want het ligt niet ergens op een plank te wachten."

Niet meer van deze tijd

ANBO is voorstander van een flexibele AOW, omdat de huidige AOW met zijn vaste ingangsdatum niet meer van deze tijd is. Maar nog beter vindt ANBO om de huidige AOW-leeftijd voorlopig niet verder te verhogen. Den Haan: "Een verhoging is noodzakelijk, maar het gaat veel te snel. Daarnaast blijft een achterliggend probleem onopgelost: hoe zorg dat je mensen op een gezonde manier aan het werk blijven en hun AOW-leeftijd halen? Die discussie wordt niet gevoerd. Dus laat de AOW-leeftijd voorlopig zoals ie is en los dit eerst op. Nu het voorstel van de Vrijzinnige Partij is verworpen vragen wij ons wel af welke kant het opgaat?"

Senioren willen flexibele en deeltijd AOW

Uit een eerdere peiling van ANBO over flexibele AOW gaf 70 procent van de werkende respondenten aan voor flexibele AOW te zijn. Nog eens 60 procent is voor deeltijd-AOW. De voornaamste redenen die men aangeeft is keuzevrijheid in het algemeen (70 procent van de respondenten), de eigen regie bij het kunnen bepalen op welke leeftijd men stopt met werken (80 procent). Dertig procent vindt een vaste leeftijd om te stoppen met werken niet meer van deze tijd.

Naar overzicht
Inkomen