29 januari 2013

Regeerakkoord heeft wél forse gevolgen

ANBO wil serieuze aandacht van de Tweede Kamer over de onevenredige koopkrachtdaling van gepensioneerden. Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) bagatelliseert opnieuw de gevolgen van het regeerakkoord voor de portemonnee van gepensioneerden. Hij stelt dat de koopkrachtgevolgen niet groter zijn dan bij andere groepen, maar hij gaat af op mediane gevolgen. Deze zogenoemde mediaanbenadering werkt verhullend in dit verband. Door de grote hoeveelheid maatregelen die inkomensgevolgen heeft, komen grote groepen ouderen wel degelijk fors in de min. Zeker als ze zorgbehoevend zijn. Dit alles staat verder nog los van de pensioenkortingen.

Trend

De brief van Asscher past in een trend: de problemen waar senioren specifiek mee te maken hebben zijn in december nauwelijks ter sprake gebracht tijdens de behandeling van de begroting van het ministerie van. De Kamer spreekt vandaag opnieuw over de koopkrachtgevolgen van het regeerakkoord.

Senioren komen er bijzonder slecht vanaf, zo bleek herhaaldelijk uit cijfers van zowel het Nibud als het Centraal Planbureau (CPB). "Beide instituten stelden luid en duidelijk: ouderen krijgen het de komende jaren zwaar te verduren. Het CPB en Nibud constateerden flinke uitschieters in de financiële situatie voor gepensioneerden en het ziet er naar uit dat zij de hogere rekening blijven betalen", aldus ANBO-directeur Liane den Haan.

'I hate to say I told you so...'

Maar liefst 82 procent van de 65+-huishoudens gaan er in 2013 op achteruit, tegenover 63 procent van de actieve 65-minners. Vijftig procent van de 65-plussers gaat er zelfs tussen de twee en vijf procent op achteruit, tegen slechts 17 procent van de actieve 65-minnners. Den Haan: “Blijkbaar had de Kamer veel tijd nodig om zich te realiseren dat de bezuinigingen oneerlijk verdeeld zijn. Minder pensioen, minder zorgtoeslag, hoger eigen risico en een uitgekleed basispakket, hogere eigen bijdragen voor extramurale zorg. Vooral de middeninkomens krijgen forse klappen te verwerken: zij worden relatief harder getroffen door de korting op de pensioenen. De kloof tussen werkenden en gepensioneerden wordt door het kabinetsbeleid onaanvaardbaar groot.”

Gepensioneerden hebben het sowieso moeilijk. Door een combinatie van een netto lager aanvullend pensioenbedrag, minder pensioen door geen of gedeeltelijke indexatie en korting per 1 april valt het pensioen dit jaar fors lager uit.

Nieuw opbouwpercentage leidt tot te laag pensioen

ANBO blijft zich ook zorgen maken over het nieuwe opbouwpercentage van 1,75 procent. Het kabinet wil dat er minder fiscale ruimte komt om voor aanvullend pensioen te sparen: in het regeerakkoord is bepaald dat 1,75 het maximale percentage mag zijn dat jaarlijks aan pensioen kan worden opgebouwd. Vorig jaar nog mocht er 2,25 procent van het jaarsalaris voor de pensioenopbouw worden gespaard, zonder dat daar belasting over hoeft te worden betaald. Dat is dit voorjaar al verlaagd naar 2,15 procent. ANBO voorziet nu al dat met dit nieuwe opbouwpercentage hooguit 50 procent van het eindloon wordt gehaald bij pensionering. "Jongeren bouwen volgens bijna alle pensioendeskundigen fors minder pensioen op. Ze koersen nu op zeventig procent van het middelloon of ongeveer zestig procent van het eindloon, en dat is geen vetpot. Maar door de huidige grote kans op niet indexeren, wordt vaak niet eens 50 procent van het eindloon gehaald. Mensen die hun pensioen al in zicht hebben kunnen hun verliezen niet meer compenseren met extra spaargeld of een extra pensioenpotje. Daar moet echt een oplossing voor gezocht worden", zei Den Haan in december al. 

ANBO stuurde in december deze brief naar de Tweede Kamer

Naar overzicht
Inkomen