29 september 2020

Pensioenakkoord: minister Koolmees beweegt – maar nog niet genoeg

Minister Koolmees is bereid om pensioenen te verhogen en verlagen als zou het nieuwe pensioenstelsel al gelden. Daarmee volgt de minister een voorstel zoals ANBO dat heeft geformuleerd. Maar de nieuwe regels gelden pas vanaf 2022 en dat is volgens ANBO te laat. Die moeten nu al in 2021 worden gehanteerd.

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft zijn voorstellen voor de uitwerking van het pensioenakkoord in een uitvoerige brief aan de Tweede Kamer vervat. ANBO is tevreden dat de minister zich heeft opengesteld voor de inbreng van onze organisatie zoals verwoord in de artikelen:

Hoe de regels precies worden vertaald, is nog onderwerp van nadere studie. Opvallend: minister Koolmees schrijft dat hij de invulling gaat bekijken met werkgevers en werknemers, waar hij vorige week nog aan organisaties van jongeren en ouderen heeft toegezegd hen er nauw bij te zullen betrekken. Daar is de minister inmiddels ook aan herinnerd.

Mogelijk pensioenkortingen

Koolmees gaat in zijn brief vooral in op de periode van 2022 tot 2026, als het nieuwe stelsel moet zijn ingevoerd. Voor komend jaar lijkt hij vast te houden aan de minimum dekkingsgraad van 90 procent, net als vorig jaar. Dat zou kunnen betekenen dat onder anderen verpleegsters en politiemensen nog steeds met kortingen te maken krijgen, omdat de pensioenfondsen ABP en Zorg en Welzijn op dit moment nog onder die 90 procent zitten.

ANBO pleit ervoor om de nieuwe regels ook nu al te hanteren, omdat, zoals de minister zelf schrijft, onnodige kortingen moeten worden voorkomen. Dat geldt zeker ook voor komend jaar. Bovendien zijn kortingen die nu worden doorgevoerd noch in het huidige, noch in het nieuwe stelsel goed te maken. Daarnaast heeft ANBO steeds aangegeven dat de huidige gepensioneerden van de verhogingen in het nieuwe stelsel nauwelijks zullen profiteren, omdat de gemiddelde gepensioneerde nu rond de 75 jaar is. Zo zouden gepensioneerden wel het zuur van het huidige stelsel nog te verwerken krijgen, zonder het zoet van het nieuwe stelsel te mogen proeven.

Rampzalige gevolgen

In de brief beaamt de minister dat het huidige stelsel rampzalige gevolgen zal hebben bij onverkorte toepassing van de regels. Zo zou voor tien miljoen deelnemers, werkend of gepensioneerd, in 2022 een korting van 11 procent volgen, omdat de pensioenfondsen dan op 104,5 procent zouden moeten staan. En daar zitten twee vervuilende factoren in: een buffer van 4,5 procent die straks niet meer verplicht is en een historisch lage rekenrente van 0,3 procent, die in het nieuwe stelsel niet meer telt.

Opvallend is ook dat de minister schrijft dat kortingen nodig kunnen zijn, om het uitgangspunt van perspectief op indexatie in het nieuwe stelsel overeind te houden. Maar in die vorm zou die indexatie een sigaar uit eigen doos zijn: namelijk betaald met een eerdere kortingen.

ANBO wil met minister aan tafel

ANBO wil dus snel aan tafel met de minister om nader uit te werken op welke manier onnodige, onredelijke en oneerlijke kortingen kunnen worden. Daarbij is ANBO zich zeer bewust van de moeilijke omstandigheden: de invloed van de corona-crisis op de aandelenmarkten en op de marktrente. Die vormen redenen te meer om de uitdagingen gezamenlijk en evenwichtig over alle generaties aan te pakken.

Naar overzicht
ANBO - pensioenboekje
Inkomen