20 februari 2020

ANBO: wetsvoorstel ‘Resultaatgericht beschikken’ moet van tafel

ANBO heeft samen met zes cliënten-, patiënten- en ouderenorganisaties gereageerd op het wetsvoorstel van VWS-minister Hugo de Jonge om ‘resultaatgericht te beschikken’. Mensen krijgen dan niet in uren, maar een vage omschrijving van de Wmo-hulp waar ze recht op hebben. ANBO en de andere partijen vinden dat dit wetsvoorstel van tafel moet, want het leidt tot onzekerheid bij mensen die afhankelijk zijn van deze hulp en ondersteuning.

Wmo is de zorg en ondersteuning die gemeenten moeten leveren om ervoor te zorgen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen wonen. Liane den Haan, directeur-bestuurder van ANBO: “Veel mensen zijn afhankelijk van deze zorg en daarom is het belangrijk dat zij weten waar ze aan toe zijn. Bijvoorbeeld als het gaat om huishoudelijke hulp. Wij vinden het geen goed idee dat gemeenten in een beschikking alleen hoeven aan te geven dat iemand recht heeft op een ‘schoon huis’. Wat ons betreft hoort daarbij te staan hoeveel uur ondersteuning iemand dan krijgt. Dat geeft duidelijkheid. Bovendien zien we in de praktijk dat het resultaatgericht indiceren vaak tot minder uur ondersteuning leidt.”

Zwakkere positie cliënt

In een gezamenlijke reactie op het wetsvoorstel geven Ieder(in), KBO-PCOB, Mantelzorg NL, Per Saldo, Patiëntenfederatie NL, LOC en ANBO aan dat resultaatgericht beschikken de positie van de cliënt verzwakt en ervoor zorgt dat de onzekerheid bij hen toeneemt omdat gemeenten en aanbieders niet helder hoeven aan te geven wat de ondersteuning is die zij bieden.

Grotere onzekerheid

We maken ons ook grote zorgen over de mogelijkheid voor gemeenten en zorgaanbieders om de zorg en ondersteuning die mensen krijgen vanuit de Wmo tussentijds aan te passen, zonder dat er een herbeoordeling plaatsvindt. Dat kan er toe leiden dat mensen niet de zorg of ondersteuning krijgen die zij nodig hebben. Bijvoorbeeld omdat een gemeente gaat bezuinigen of de aanbieder te weinig personeel heeft. De extra flexibiliteit die de minister met het wetsvoorstel wil bieden, komt vooral ten goede aan de aanbieder, maar vergroot de onzekerheid van cliënten.

Centrale Raad van Beroep wijst voorstel ook af

Ook de Centrale Raad van Beroep staat afwijzend tegenover resultaatgericht beschikken. De Raad deed al eerder uitspraken waaruit blijkt dat gemeenten moeten aangeven hoeveel uren/minuten iemand hulp bij het huishouden krijgt. Het niet in tijd indiceren van de huishoudelijke ondersteuning door gemeenten is volgens de rechter in strijd is met de rechtszekerheid is en daarmee in strijd met de Wmo. 

Liane den Haan: “Wij vindt het onbegrijpelijk dat minister De Jonge niet meegaat in deze uitspraken van de Centrale Raad van Beroep en met dit nieuwe wetsvoorstel komt. Wij doen dan ook – samen met de andere partijen - een dringende oproep om het wetsvoorstel in te trekken.”

Lees ook:

Schoonmaken met vaatdoek