schoonmaken

Wmo in Beeld, aflevering 3: wethouder

Wmo nieuwe stijl door ogen van de wethouder
 

In ANBO's onlinerubriek 'Wmo in Beeld' komen steeds andere betrokkenen bij de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) aan het woord. In deze derde aflevering spreken we met Karin Lambrechts. Zij is wethouder in de gemeente Dordrecht en belast met onder andere de portefeuille 'Zorg & Welzijn'.

Lambrechts maakte in 2014 de overstap van gemeente Teylingen naar gemeente Dordrecht. Dat was vlak voor de invoering van de Wmo2015, maar ze trof geen chaos aan: "Dordrecht was al een intensieve samenwerking aangegaan met omliggende gemeenten; gezamenlijk de 'Drechtsteden'. De Sociale Dienst Drechtsteden kreeg de nieuwe Wmo-taken, zoals dagbesteding, bij de al bestaande Wmo-taken, zoals woningaanpassingen en huishoudelijke hulp. Deze veranderingen werden verder afgestemd in de Regionale Transitietafel, zodat de nieuwe wetgeving goed zou worden vertaald op lokaal niveau."

De nieuwe Wmo bracht voor veel burgers onzekerheid mee, weet Lambrechts. "Mede daarom kozen wij voor een 'zachte landing'. Wel de wetgeving netjes overnemen vanaf 2015 maar voor de burger niet alle veranderingen in één keer: een overgangsjaar dus. Daardoor konden burgers en de gemeente zich beter op de veranderingen voorbereiden."

Wmo vormgeven dicht bij de burger

Volgens Lambrechts is goede informatievoorziening een belangrijke stap om begrip en draagvlak voor een nieuwe aanpak te krijgen. "We hebben Wmo-kranten gemaakt, die als huis-aan-huisblad werden verspreid. Daarnaast zijn mensen zoveel mogelijk ingelicht via wijkteams en het Wmo-loket."

Lambrechts vindt het belangrijk ondersteuning bij zelfstandig wonen zo dicht mogelijk bij de burger te organiseren. "Daarom waren wij één van de eerste gemeenten die met wijkteams werkten. In 2012 begonnen we met drie wijkteams, inmiddels zijn er 5 sociale teams in Dordrecht. Dit was een voorbeeld voor andere gemeenten, die dan ook vaak een kijkje in onze keuken kwamen nemen. Zo hebben we veel kennis kunnen delen."

Lambrechts: "Als je dicht bij de burger staat als gemeente, kun je mensen ook écht in hun eigen omgeving helpen. Zo blijven mensen zo lang mogelijk zelfredzaam. Als er ondersteuning nodig is buiten de familie of directe omgeving, zijn de algemene voorzieningen uit de Wmo de belangrijkste bron. Daarmee wordt de meeste behoefte aan steun gedekt, maar voor sommige mensen is maatwerk nodig."

Lambrechts geeft een voorbeeld van ondersteuning dicht bij mensen: "'Welzijn op recept' is een methode om mensen met psychosociale klachten vanuit de huisartsenpraktijk door te verwijzen naar een aanbod aan welzijnsactiviteiten. Bewegen, creatieve activiteiten of gezamenlijk koken en eten. Zo werken mensen zelf actief aan hun gezondheid en welzijn. Dat helpt een zwaardere zorgvraag voorkomen."

Cultuuromslag

De nieuwe Wmo is nu bijna twee jaar verder en gezien het overgangsjaar hebben burgers er nu ongeveer een jaar actief mee te maken. Lambrechts ziet dat mensen beter weten wat ze kunnen verwachten van de Wmo. "De onzekerheid en onrust beginnen gelukkig te verdwijnen."

"Wij zijn zelf ook anders gaan werken: we indiceren niet meer in aantal uren, maar in resultaten. Wat voor ons leidend is, is niet een afgebakende zorghoeveelheid, maar de kwaliteit en het eindresultaat. Omdat wij het keukentafelgesprek niet door thuiszorginstellingen laten doen, maar door onze eigen Wmo-consulenten, kunnen we onafhankelijk zorgen dat de gewenste ondersteuning ook voldoet. Nadat burgers een paar maanden van de toegekende ondersteuning gebruikgemaakt hebben, volgt er een evaluatiegesprek. Zo kijken we of de geboden zorg goed is en voldoende steun biedt."

Tips voor de komende jaren

De wethouder ziet nog veel kansen om de Wmo verder te verbeteren de komende jaren. "Te beginnen bij mensen zelf: senioren durven niet altijd toe te geven dat ze ondersteuning nodig hebben. Mijn tip: durf je wijkteam aan te spreken of laat je informeren bij het Wmo-loket. Er is meer steun in je omgeving dan je denkt."

"Eén van de doelen van de decentralisatie was 'ontschotting': alles overzichtelijker maken met minder zorg in hokjes. Daar komt in de praktijk helaas nog niet veel van terecht. Met de gemeente, CIZ, zorgverzekeraars en diverse zorgverleners als spelers rondom de zorg is het steeds de vraag: wie betaalt wat? Om dit probleem te tackelen zijn we met zorgverzekeraar VGZ gestart met een 'Leertuin Zorgvernieuwing Drechtsteden.' Daarin proberen we zoveel mogelijk barrières weg te nemen om het denken in 'hokjes' tegen te gaan."

Kritiek op gemeenten was er ook wanneer zij geld overhielden op het Wmo-budget. Lambrechts: "Dan hoor je verhalen over dat dit geld naar andere gemeentepotten zou gaan, zorggeld dat aan lantaarnpalen wordt besteed. Bij ons in elk geval niet: áls er al geld overbleef was dat vaak een gevolg van verkeerde klantgegevens vanuit het Rijk. Met eventueel overschot hebben we een deel gebruikt om de eigen bijdrage voor kwetsbare groepen af te schaffen en een ander deel om via een innovatiebudget betere zorg en ondersteuning te stimuleren."

ANBO.nl maakt gebruik van cookies
anbo.nl plaatst cookies om het gebruik van de website te analyseren en om het mogelijk te maken inhoud via social media te delen. De website maakt ook gebruik van functies van derden die mogelijk cookies kunnen plaatsen. Door deze melding weg te klikken of gebruik te blijven maken van de site stemt u in met het plaatsen hiervan. In onze disclaimer leest u hier meer over. Sluiten