Badkamer schoonmaken

ANBO herkent zich in uitspraken rechter over Wmo-hulp

Geplaatst op 21-05-2019

Regelmatig winnen burgers de rechtszaak die zij tegen hun gemeente hebben aangespannen over hun recht op Wmo-hulp. Ruim 40 procent van de vonnissen in rechtszaken over de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) viel uit in het voordeel van de burger. Dat blijkt uit onderzoek van Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico in samenwerking met dagblad Trouw, het Radio 1 programma ‘Argos’ en weekblad De Groene Amsterdammer. Gemeenten hebben veel vrijheid om te bepalen of iemand Wmo-hulp krijgt en hoeveel, maar het aantal gewonnen rechtszaken door burgers laat zien dat deze vrijheid niet onbegrensd is.

Beleidsvrijheid

Gemeenten hebben veel vrijheid om te bepalen of iemand Wmo-hulp krijgt en hoeveel. In de praktijk levert dit veel onzekerheid op. Wat in de ene gemeente qua hulp en ondersteuning mogelijk is, wordt in een andere gemeente zonder al te veel toelichting van tafel geveegd. Dit verschil wordt, zo merkt ANBO, vaak niet begrepen door mensen die van deze zorg en ondersteuning afhankelijk zijn.

Zo is bijvoorbeeld niet duidelijk waarom huishoudelijke ondersteuning in de ene gemeente een zogenaamde maatwerkvoorziening is (dat is zorg en ondersteuning voor iemand persoonlijk) en in de andere gemeente tot een algemene voorziening wordt gerekend (waar iedere inwoner van die gemeente gebruik van kan maken). Daarnaast indiceert de ene gemeente in uren en vindt de andere gemeente dat haar inwoners zich met de indicatie ‘schoon huis’ moet redden. Maar wat is een ‘schoon huis’? En ten slotte zijn er ook grote verschillen tussen gemeenten in de toewijzing van hulpmiddelen.

Gebruikelijke zorg

Gemeenten worden door de rechter vooral op de vingers getikt als het gaat om wat er onder ‘gebruikelijke zorg’ en onder vrijwillige ondersteuning wordt verstaan.

Liane den Haan, directeur-bestuurder van ANBO: “Natuurlijk begrijpen we dat iemand met een partner niet aan de gemeente kan vragen om zijn huis schoon te maken als de partner dit prima kan. Maar als er meer ondersteuning nodig is dan wat onder ‘gebruikelijke zorg’ kan worden verstaan, dan ligt daar wel een taak voor gemeenten. Deze taak mogen gemeenten niet afschuiven op familie en vrienden. ‘Gebruikelijke zorg’ kan niet zover gaan dat je dag en nacht in touw moet zijn om als huisgenoot de zorg en ondersteuning te kunnen leveren.”

Vrijwillig

Helaas zien we in de praktijk dat gemeenten de partner, inwonende kinderen en mantelzorgers van een Wmo-aanvrager regelmatig onder druk zetten of zelfs verplichten om meer zorg op vrijwillige basis te verlenen. Door bijvoorbeeld te vragen wie de zorg oppakt als de gemeente weigert, worden familie en vrienden onder druk gezet om taken op zich te nemen die ze niet willen of kunnen waarmaken. Begin 2017 oordeelde de Centrale Raad van Beroep al dat gemeenten niemand mogen dwingen om ‘vrijwillig’ mantelzorger te zijn. Liane den Haan: “Mantelzorg is mooi, maar moet een keuze zijn en blijven. De wil van de zorgverlener en niet het financiële belang van de gemeente moet leidend zijn!”

Uit het onderzoek komt naar voren dat het gemeentelijk beleid verder strekt dan door de wetgever is toegestaan. Ruim 40 procent van de vonnissen in rechtszaken over de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) viel uit in het voordeel van de burger!

Wilt u advies? Neem contact op met ANBO

Hebt u vragen over Wmo-zorg binnen uw gemeente? Of hebt u een klacht over ‘gebruikelijke zorg’, neemt u dan contact op met de ANBO Raad & Daad, telefoon 0348 – 46 66 88 of e-mail: raadendaad@anbo.nl

ANBO.nl maakt gebruik van cookies
anbo.nl plaatst cookies om het gebruik van de website te analyseren en om het mogelijk te maken inhoud via social media te delen. De website maakt ook gebruik van functies van derden die mogelijk cookies kunnen plaatsen. Door deze melding weg te klikken of gebruik te blijven maken van de site stemt u in met het plaatsen hiervan. In onze disclaimer leest u hier meer over. Sluiten