AOW

Alle inwoners van Nederland ontvangen AOW. De AOW-uitkering geldt als de basis voor de oudedagsvoorziening.

De AOW-leeftijd gaat in Nederland (maar ook in de rest van Europa) omhoog. Dat is noodzakelijk omdat de AOW door de belasting- en premiebetaler moet worden opgebracht. Dat heet een omslagstelsel.

Met de toename van het aantal AOW’ers, die ook nog eens een stuk ouder worden dan vroeger, en de relatieve afname van het aantal werkenden zou de AOW in de toekomst moeilijker op te brengen zijn.

ANBO heeft zich echter verzet tegen de versnelling van de verhoging van de AOW-leeftijd die in 2013 werd afgesproken. Bij het pensioenakkoord blijkt het kabinet tot inkeer te zijn gekomen en wordt de verhoging vertraagd. Minister-president Mark Rutte noemde die versnelde verhoging nu zelfs ‘hysterisch’.
Met het pensioenakkoord zal de AOW-leeftijd dus minder snel stijgen naar 67 jaar. Daarna zal voor elk extra levensjaar acht maanden werken worden bijgeteld in plaats van de eerdere 1-op-1-koppeling (een extra levensjaar is een jaar extra werken).

Iedereen die in Nederland woont bouwt AOW op. Wie vijftig jaar voor zijn AOW-leeftijd in Nederland heeft gewoond, krijgt 100 procent AOW. Voor ieder jaar buiten Nederland, vervalt twee procent.

De ingangsdatum van de AOW hangt af van uw geboortedatum.

U bent geboren: U krijgt AOW in:  Uw leeftijd als uw AOW start is:
ná 31 december 1952 en vóór 1 september 1953 2019 66 jaar + 4 maanden
ná 31 augustus 1953 en vóór 1 september 1954 2020 66 jaar + 4 maanden
ná 31 augustus 1954 en vóór 1 september 1955 2021 66 jaar + 4 maanden
ná 31 augustus 1955 en vóór 1 juni 1956 2022 66 jaar + 7 maanden
ná 31 mei 1956 en vóór 1 maart 1957 2023 66 jaar + 10 maanden
ná 28 februari 1957 en vóór 1 januari 1958 2024 67 jaar


Als u jonger bent, kunt u uw AOW-leeftijd bekijken op de website van de Sociale Verzekeringsbank.

Spaarvarken met metgeld